ECLI:NL:GHSHE:2005:AS8597
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.J. Koopman
- J.W. Zwemmer
- A.J. Kromhout
- Rechtspraak.nl
Waarde bepaling woongedeelte onroerende zaak bij staking onderneming en hoogte overdrachtswinst
Belanghebbende verkocht zijn eenmanszaak inclusief een onroerende zaak bestaande uit een woning en bedrijfsruimte. De woning was verhuurd aan een huurder die samenwoonde met de zoon van belanghebbende. Het geschil betrof de juiste waarde in het economische verkeer van het woongedeelte bij staking van de onderneming en de hoogte van de overdrachtswinst die tot de stakingswinst gerekend moest worden.
Belanghebbende stelde dat de waarde van het verhuurde woongedeelte 60% van de waarde in vrij opleverbare staat bedroeg, terwijl de Inspecteur uitging van 84%. Het hof stelde vast dat de woning voor onbepaalde tijd verhuurd was en dat huurbescherming een waardedrukkend effect heeft. Echter, omdat de huurder samenwoonde met de zoon en er een verwachting bestond dat zij op verzoek zouden vertrekken, was dit waardedrukkend effect minder sterk.
Het hof concludeerde dat de waarde van 84% van de vrij opleverbare staat, zoals door de Inspecteur vastgesteld, juist was. De gezamenlijke taxatie door beide partijen ondersteunde dit oordeel. Het beroep van belanghebbende werd daarom ongegrond verklaard. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting 2000 wordt ongegrond verklaard en de waarde van het verhuurde woongedeelte wordt vastgesteld op 84% van de waarde in vrij opleverbare staat.