ECLI:NL:GHSHE:2004:AR2495
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep kort geding
- Van Etten
- Drijkoningen
- Den Hartog Jager
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepasselijk huurrechtregime bij geschil over woon- of bedrijfsruimte eerste verdieping
In deze zaak staat centraal of de huurovereenkomst voor de eerste verdieping van een pand valt onder het huurrecht voor woonruimte of bedrijfsruimte. De appellant, rechtsopvolger van de verhuurder, vordert ontruiming omdat hij meent dat de huurovereenkomst is geëindigd en de huurder de ruimte zonder recht gebruikt.
De geïntimeerde stelt dat ook voor de eerste verdieping het huurrecht woonruimte geldt, wat hem beschermt tegen ontruiming. Het hof onderzoekt of sprake is van één samenhangende huurrelatie of twee afzonderlijke, waarbij het feitelijk gebruik en de inrichting doorslaggevend zijn, niet de contractuele benaming.
Het hof oordeelt dat op grond van de oorspronkelijke inrichting en het beoogde gebruik niet uitgesloten kan worden dat de eerste verdieping mede als woonruimte wordt gebruikt. Omdat in kort geding geen getuigenverhoren kunnen plaatsvinden en het bewijs onvoldoende is om het standpunt van appellant te ondersteunen, wordt het vonnis van de voorzieningenrechter bekrachtigd en de vordering afgewezen.
De appellant wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Het arrest is gewezen door de mrs. Van Etten, Drijkoningen en Den Hartog Jager op 15 juni 2004.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming van de eerste verdieping wordt afgewezen en het vonnis van de voorzieningenrechter bekrachtigd.