ECLI:NL:GHSHE:2004:AQ5639
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- De Groot-van Dijken
- Fikkers
- De Klerk-Leenen
- Rechtspraak.nl
Toepassing CMR-Verdrag en FENEX-voorwaarden bij internationaal vervoer en arbitrageclausule
In deze zaak gaat het om een geschil tussen Bremtex en Ritra over de aansprakelijkheid voor gestolen goederen tijdens internationaal vervoer van Istanbul naar Nederland. Bremtex gaf opdracht aan Ritra, die het vervoer feitelijk door een Turkse ondervervoerder liet uitvoeren. De vraag was of Ritra als vervoerder of als expediteur was opgetreden, wat gevolgen had voor de toepasselijkheid van de FENEX-voorwaarden en de bevoegdheid van de rechter.
De rechtbank had geoordeeld dat Ritra als expediteur optrad en zich op de arbitrageclausule van de FENEX-voorwaarden kon beroepen, waardoor de rechter zich onbevoegd verklaarde. Het hof oordeelde echter dat op grond van de inhoud van de overeenkomst en de gedragingen van partijen sprake was van een vervoerovereenkomst, waarop het dwingendrechtelijke CMR-Verdrag van toepassing is. De FENEX-voorwaarden maken wel deel uit van de overeenkomst, maar het CMR-Verdrag gaat voor waar het de rechtsverhouding regelt.
Het hof stelde vast dat de arbitrageclausule uit de FENEX-voorwaarden geldig is en dat partijen geschillen aan arbitrage kunnen onderwerpen, mits arbiters het CMR-Verdrag toepassen. Dit is geregeld in art. 33 CMR Pro en art. 23 lid 7 van Pro de FENEX-voorwaarden. Bremtex werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep. Het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd met verbetering van de gronden.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt Bremtex in de proceskosten, waarbij de arbitrageclausule uit de FENEX-voorwaarden geldt en het CMR-Verdrag dwingendrechtelijk van toepassing is.