ECLI:NL:GHSHE:2004:AQ4541
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.W.J. Huige
- Rechtspraak.nl
Beoordeling correctheid rentevrijstelling hypotheekrente eigen woning 2000
Belanghebbende had voor het jaar 2000 een aanslag inkomstenbelasting ontvangen waarbij de Inspecteur een bedrag van ƒ 810 aan rentevrijstelling had gecorrigeerd. Belanghebbende voerde aan dat hij de verbouwing van zijn woning niet door een aannemer had laten uitvoeren, maar door kennissen, en dat hij geen namen kon geven van deze kennissen. Hij stelde dat het overleggen van rekeningen niet vereist was en dat de historisch-causale methode ruim moest worden uitgelegd.
Het Hof stelde vast dat belanghebbende slechts voor ƒ 28.460 aan facturen kon overleggen, terwijl de hypothecaire lening een bedrag van ƒ 227.625 bedroeg waarvan ƒ 58.205 na aflossing van de oude lening resteerde. De Inspecteur had berekend dat de rentevrijstelling nihil werd als rekening werd gehouden met de werkelijke verbouwingskosten.
Het Hof verwierp de stellingen van belanghebbende dat niet alle rekeningen overlegd hoefden te worden en dat de lening alleen met de intentie voor verbouwing was aangegaan. De bewijslast rustte op belanghebbende om de renten te staven met schriftelijke bescheiden. Gezien het ontbreken van voldoende bewijs werd het beroep ongegrond verklaard.
Er werden geen proceskosten toegekend. Het vonnis werd openbaar uitgesproken op 7 april 2004 door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.