ECLI:NL:GHAMS:2001:AD5074
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Brouwer
- Rechtspraak.nl
Historische methode voor renteaftrek bij verbouwing eigen woning met tijdelijke eigen middelen
Belanghebbende heeft zijn eigen woning in 1998 en begin 1999 laten verbouwen en hiervoor zowel eigen middelen als hypothecaire geldleningen gebruikt. De totale verbouwingskosten bedroegen circa ¦ 185.000. Belanghebbende loste in 1998 zijn bestaande hypotheek af en sloot nieuwe hypothecaire leningen af ter hoogte van ¦ 300.000, waarvan ¦ 136.307,54 een verhoging betrof.
Het geschil betrof de vraag of de rente over een deel van de hypothecaire lening, die was aangegaan voor de financiering van de verbouwing, in aanmerking kon worden genomen voor de renteaftrek. Belanghebbende stelde dat de tijdelijke financiering met eigen middelen slechts een overbrugging was totdat de lening rond was, en dat er een causaal verband bestond tussen de lening en de verbouwing.
De inspecteur betwistte dit en stelde dat sprake was van bronrente die drukte op positieve rente-inkomsten. Het Hof stelde vast dat de inspecteur de stellingen van belanghebbende niet had weersproken en erkende het tijdelijke karakter van de financiering met eigen middelen. Het Hof concludeerde dat er een duidelijk historisch en causaal verband bestond tussen de lening en de verbouwing.
Het Hof vernietigde de bestreden uitspraak, verklaarde het beroep gegrond, verminderde de aanslag en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten. Het Hof benadrukte dat een strikt chronologisch verband niet altijd vereist is om het historische verband aan te tonen, mits uit andere omstandigheden het verband blijkt.
Uitkomst: Het Hof verklaart het beroep gegrond en vermindert de aanslag, waarbij de renteaftrek wordt toegestaan vanwege het historische verband tussen lening en verbouwing.