ECLI:NL:GHSHE:2004:AQ1738
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Blokland
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag omzetbelasting na betalingsregeling en schuldvernieuwing
Belanghebbende, een detailhandelaar die zijn onderneming in 1997 staakte, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd vanwege niet-tijdige betaling van verschuldigde bedragen aan schuldeisers. Onder de schuldeisers waren A BV en B senior, vader van belanghebbende, met wie betalingsregelingen waren getroffen waarbij 20% van de schuld zou worden voldaan en 80% werd kwijtgescholden.
Belanghebbende bracht de volledige voorbelasting in aftrek, maar de Inspecteur hechtte hieraan naheffingen op grond van artikel 29 lid 2 Wet Pro op de omzetbelasting 1968. Het geschil betrof de vraag of de Inspecteur terecht de naheffingsaanslag oplegde gezien de afspraken over betalingsregelingen en de vermeende schuldvernieuwing.
Het hof stelde vast dat de overeenkomsten van geldlening feitelijk betalingsregelingen betroffen en geen schuldvernieuwing inhielden. Omdat de schulden niet volledig waren voldaan binnen de wettelijke termijn, waren de naheffingen terecht opgelegd. Belanghebbendes beroep werd ongegrond verklaard. Het hof oordeelde tevens dat geen proceskostenveroordeling op zijn plaats was.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslag omzetbelasting wegens niet-tijdige betaling.