ECLI:NL:GHSHE:2004:AO7088
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Kranenburg
- Meulenbroek
- Feddes
- Rechtspraak.nl
Vordering ABN AMRO Bank tot terugbetaling en rente niet verjaard; beroep op verjaring afgewezen
In deze civiele zaak staat de vordering van ABN AMRO Bank tot terugbetaling van ter beschikking gestelde gelden en betaling van rente uit hoofde van een privé-rekening centraal. Appellant en een mederekeninghouder hadden een gezamenlijke rekening bij de Algemene Bank Nederland, rechtsvoorganger van ABN AMRO Bank. Op deze rekening ontstond een ongeoorloofde debetstand.
Appellant werd bij brief van 30 december 1999 tot betaling gesommeerd, maar betaalde niet. De rechtbank wees de vordering toe, waarna appellant hoger beroep instelde met het verweer dat de vordering verjaard was en dat hij geen afstand had gedaan van zijn verjaringberoep. Het hof oordeelde dat de vordering opeisbaar was geworden op 7 oktober 1992 en derhalve in principe op 8 oktober 1997 verjaard zou zijn. Echter, de verjaring was tijdig gestuit door erkenning van schuld en uitstel van betaling op 30 januari 1995, alsmede door latere aanmaningen en dagvaarding.
Appellant voerde aan dat de bank nalatig was door het debetsaldo te laten oplopen, maar het hof stelde vast dat de bank niet stilzwijgend had toegestemd en niet tekort was geschoten in haar zorgplicht. Het beroep op eigen schuld faalde. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde appellant in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vordering van ABN AMRO Bank toe; appellant wordt veroordeeld in de proceskosten.