ECLI:NL:GHSHE:2004:AO4005
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Raadkamer
- Hendriks
- Rechtspraak.nl
Vergoeding kosten rechtsbijstand na vrijspraak in hoger beroep bij snelheidsovertreding
Verzoeker werd veroordeeld voor een snelheidsovertreding en ging in hoger beroep. Voor de behandeling in hoger beroep werd verzoeker via de dagvaarding geïnformeerd dat de advocaat-generaal vrijspraak zou vorderen. Verzoeker werd bij verstek vrijgesproken op de zitting van 19 augustus 2003. Vervolgens verzocht verzoeker vergoeding van de kosten van rechtsbijstand, gemaakt in de hoger-beroepfase.
Het hof overwoog dat het niet intrekken van de dagvaarding door het openbaar ministerie geen reden is om het verzoek af te wijzen. Ook het niet tijdig verschijnen van de raadsman vormt geen belemmering voor vergoeding. De kosten waren grotendeels gemaakt vóór de kennisgeving van het voornemen tot vrijspraak en waren redelijk en relevant voor de verdediging. Tevens kunnen kosten van een descente en reistijd onder de vergoeding vallen indien deze adequaat en relevant zijn.
Het hof concludeerde dat de kosten voldoende waren aangetoond en niet bovenmatig waren. Daarom kende het hof een vergoeding toe van € 1.510,16 aan verzoeker. De beslissing werd uitgesproken door voorzitter Hendriks op 20 januari 2004.
Uitkomst: Verzoeker krijgt vergoeding van € 1.510,16 voor kosten rechtsbijstand na vrijspraak in hoger beroep.