ECLI:NL:GHSHE:2003:AR2487
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Brandenburg
- De Kok
- De Klerk-Leenen
- Rechtspraak.nl
Geschil over verkoop en eigendom van percelen tussen familieleden
In deze civiele zaak staat een geschil centraal over de verkoop en eigendom van verschillende percelen grond binnen een familie. De percelen, oorspronkelijk in 1974 verkocht door de vader aan zijn echtgenote, zijn later gedeeltelijk verkocht aan hun kinderen. De kern van het geschil betreft de omvang van de percelen die in 1979 en 1998 aan de dochter en zoon respectievelijk zijn verkocht, en of de zoon wist dat het gehele perceel 680 reeds aan de dochter was verkocht.
De rechtbank had eerder vonnissen gewezen die door beide partijen in hoger beroep werden aangevochten. Het hof bevestigde dat de perceelomschrijving uit 1974 onjuist was, maar dat dit geen gevolgen had voor eerdere kort geding beslissingen. Het hof oordeelde dat het gehele perceel 680 in 1979 aan de dochter was verkocht, waardoor de moeder niet vrij was om een deel daarvan later aan de zoon te verkopen.
De nieuwe vordering van de dochter tegen de moeder tot nakoming van de koopovereenkomst werd afgewezen omdat deze niet opeisbaar was en geen sprake was van dwaling of onredelijkheid. Ten aanzien van de zoon liet het hof de dochter toe om nader getuigenbewijs te leveren over de wetenschap van de zoon omtrent de verkoopomvang in 1979. Het hof bepaalde een procedure voor het horen van getuigen en hield verdere beslissing aan.
Uitkomst: Nieuwe vordering tot nakoming afgewezen, maar nader getuigenbewijs toegestaan over kennis verkoop aan zoon.