ECLI:NL:GHSHE:2003:AO4928
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.J. van Muijen
- J.W.J. Huige
- T. Blokland
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke waardering bij overbrenging woning en grond naar privévermogen
Belanghebbende bracht per 26 juni 2000 een woning en 550 m² ondergrond/tuin over van ondernemingsvermogen naar privévermogen. Er ontstond discussie over de waardedrukkende factor die toegepast moest worden bij de bepaling van de boekwinsten: belanghebbende stelde 40% of 35% voor, terwijl de Inspecteur uitging van 20%.
Daarnaast was in geschil welke versie van artikel 8, lid 1, aanhef en onderdeel b, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 van toepassing was op de fiscale winstberekening bij de overbrenging van de ondergrond/tuin. Belanghebbende wilde de oude regeling toepassen, de Inspecteur de gewijzigde regeling per 27 juni 2000.
Het hof stelde vast dat de waardedrukkende factor van 20% door belanghebbende niet aannemelijk was betwist en dat de gewijzigde wetgeving van 27 juni 2000 als bijzondere omstandigheid geldt die de keuze voor ondernemingsvermogen kan herzien. Het hof oordeelde dat de fiscale winstberekening voor de ondergrond/tuin volgens de nieuwe wetgeving moet plaatsvinden.
Het hof vernietigde de bestreden uitspraak, verminderde de aanslag tot een belastbaar inkomen van fl. 161.094 (€ 73.101) en veroordeelde de Staat tot vergoeding van het betaalde griffierecht. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De aanslag is verminderd tot een belastbaar inkomen van fl. 161.094 (€ 73.101) met toepassing van een waardedrukkende factor van 20% en de gewijzigde wetgeving per 27 juni 2000.