ECLI:NL:GHSHE:2003:AH9716
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing drempel artikel 66a lid 2 Wet inkomstenbelasting bij middeling
Belanghebbende heeft een verzoek om middeling ingediend voor de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 1996 tot en met 1998. De Inspecteur kende een middelingsteruggaaf toe, maar paste daarbij de drempel van ƒ 1200,-- toe. Belanghebbende stelde dat deze drempel buiten toepassing moest blijven en maakte bezwaar tegen de beschikking.
Het geschil spitste zich toe op de vraag of de drempel van artikel 66a, lid 2, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 bij middeling buiten toepassing kan blijven. Het hof stelde vast dat het verschil tussen de geheven belasting en de herrekende belasting ƒ 15.477,-- bedroeg, maar dat de drempel wettelijk was voorgeschreven.
Het hof oordeelde dat het niet aan de Inspecteur of de rechter is om een wettelijk voorschrift als de drempel buiten toepassing te laten op grond van redelijkheid of wenselijkheid, tenzij sprake is van strijdigheid met een hogere regel, wat hier niet het geval was. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de drempel uit artikel 66a lid 2 Wet inkomstenbelasting blijft van toepassing.