ECLI:NL:GHSHE:2002:AF4858
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Blokland
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing artikel 13 Wet op overdrachtsbelasting bij gedeeltelijke verkrijging appartementsrechten
Belanghebbende verwierp de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting opgelegd door de Inspecteur, die stelde dat de vrijstelling op grond van artikel 13 van Pro de Wet onjuist was toegepast. De zaak betrof de verkrijging van appartementsrechten door belanghebbende binnen zes maanden na een eerdere verkrijging van het gehele perceel door een B.V.
De kern van het geschil was of voor de vermindering van de heffingsgrondslag de waarde van de gehele eerdere verkrijging of slechts een evenredig deel daarvan in aanmerking moest worden genomen. Belanghebbende stelde dat de gehele eerdere verkrijging van het perceel moest worden meegenomen, terwijl de Inspecteur vond dat alleen het evenredige deel van toepassing was.
Het hof oordeelde dat de appartementsrechten slechts een deel van de eerdere verkrijging vormen en dat daarom slechts het evenredige deel van de heffingsgrondslag in mindering kan worden gebracht. Dit volgt uit de tekst en strekking van artikel 13 van Pro de Wet, die cumulatie van overdrachtsbelasting binnen zes maanden beperkt, maar niet voor het gehele perceel indien slechts een deel wordt verkregen.
De Inspecteur had een rekenfout gemaakt, maar dit leidde niet tot een te hoge aanslag. Het beroep van belanghebbende werd daarom ongegrond verklaard. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag blijft gehandhaafd.