ECLI:NL:GHSHE:2002:AF2001
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rothuizen-van Dijk
- Sterk
- Van Wechem
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake verdeling en inkorting nalatenschappen met geschil over bevoordelingen en bewijslevering
In deze civiele zaak vorderen appellanten de verdeling van de nalatenschappen van vader en moeder en het inbrengen of inkorten van bedragen die volgens hen ten onrechte niet in de nalatenschappen zijn betrokken. De rechtbank wees de vordering deels toe, met name over de verdeling van sieraden, en wees de rest af. Het hoger beroep richt zich op diverse grieven tegen deze uitspraken.
De kern van het geschil betreft de verkoop van een boerderij in 1960 aan een zoon uit het tweede huwelijk, waarbij appellanten stellen dat de koopprijs te laag was en dat levende have, gewassen en gereedschappen als schenking buiten de nalatenschap zijn gehouden. Het hof oordeelt dat de koopprijs weliswaar laag was, maar substantieel, en verwerpt de primaire stelling van inkorting in natura. Subsidiair wordt een materiële bevoordeling betwist en nader onderzocht.
Het hof behandelt ook procedurele bezwaren, zoals de exceptio plurium litis consortium, waardoor de vordering tot verdeling van de nalatenschap wordt afgewezen wegens ontbreken van alle erfgenamen in de procedure. Verder wordt de vordering tot inkorting ten aanzien van de nalatenschap van vader afgewezen wegens verjaring. Bewijslevering wordt toegelaten voor de vraag of levende have, gewassen en gereedschappen tot de verkoop behoorden, en deskundigen worden benoemd voor waardebepaling. Het hof stelt partijen in de gelegenheid tot nadere bewijslevering en houdt verdere beslissing aan.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering tot inkorting van de nalatenschap van vader af wegens verjaring, verklaart appellanten niet-ontvankelijk in de vordering tot verdeling wegens ontbreken van alle erfgenamen, en laat bewijslevering toe over de samenstelling van de koopovereenkomst.