ECLI:NL:GHSHE:2002:AE8641
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering belastbaar inkomen wegens studiefinanciering en buitengewone lastenaftrek bij gescheiden ouders
De belanghebbende, een niet-verzorgende gescheiden ouder, stelde dat hij recht had op aftrek van buitengewone lasten voor de kosten van levensonderhoud van zijn drie studerende dochters, ondanks hun recht op studiefinanciering. Hij betoogde dat de regeling in artikel 46 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964 ongelijk en in strijd met artikel 26 IVBPR Pro was, omdat niet-verzorgende ouders geen compensatie krijgen voor het verlies van deze aftrek.
De Inspecteur verweerde zich met het argument dat de dochters recht hadden op studiefinanciering, waardoor aftrek niet mogelijk was. Het hof oordeelde dat het verlies van de aftrek gecompenseerd kan worden door een vermindering van de alimentatieverplichting op grond van artikel 1:395b lid 1 BW, zodat er geen sprake is van ongelijke behandeling.
Het hof vernietigde de bestreden uitspraak en stelde het belastbaar inkomen van de belanghebbende vast op fl. 86.285,= (€ 39.154,43), rekening houdend met het feit dat één dochter pas vanaf 1 juli 1997 studiefinanciering ontving. Tevens werd bepaald dat de Inspecteur het door de belanghebbende betaalde griffierecht moest vergoeden.
De mondelinge behandeling vond plaats met gesloten deuren op 30 augustus 2002, waarna het vonnis op 13 september 2002 werd uitgesproken. Het hof bevestigde dat het recht op studiefinanciering aftrek van buitengewone lasten uitsluit, maar dat alimentatievermindering mogelijk is, waardoor geen strijd met het gelijkheidsbeginsel bestaat.
Uitkomst: Het belastbaar inkomen van de belanghebbende wordt verminderd wegens studiefinanciering van zijn dochters, en het griffierecht wordt vergoed.