ECLI:NL:HR:1996:AA2052
Hoge Raad
- Cassatie
- Stoffer
- Zuurmond
- C.H.M. Jansen
- Fleers
- Pos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt gelijkheid bij aftrek studiekosten niet-verzorgende gescheiden ouders
Belanghebbende, een niet-verzorgende gescheiden ouder, maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 1990, waarin geen aftrek werd toegestaan voor studiekosten van zijn studerende kind. Na bevestiging van de aanslag door de Inspecteur en het gerechtshof, stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
Hij voerde aan dat de regeling in artikel 46 lid 1 aanhef Pro en letter a van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 ongelijk en onrechtvaardig was, omdat niet-verzorgende gescheiden ouders geen compensatie kunnen verkrijgen voor het verlies van aftrek terwijl verzorgende ouders dat wel kunnen via kinderbijslag en studiefinanciering. Dit zou in strijd zijn met artikel 26 van Pro het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR).
De Hoge Raad oordeelde dat het niet is uitgesloten dat niet-verzorgende gescheiden ouders vermindering van hun alimentatieverplichting kunnen verkrijgen wegens de verminderde draagkracht door het verlies van de aftrek. Artikel 1:395b lid 1 BW staat dit niet in de weg. Er is geen rechtens relevant verschil tussen niet-verzorgende gescheiden ouders en andere ouders bij de onderhoudsplicht en rekening houden met studiefinanciering.
De overige middelen faalden eveneens. De Hoge Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en wees het beroep af. Het arrest werd op 2 oktober 1996 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de aanslag zonder aftrek voor studiekosten.