ECLI:NL:GHSHE:2002:AE8355
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.J. van Muijen
- J.W.J. Huige
- P. van der Wal
- Rechtspraak.nl
Vermogensaftrek over vordering vaste inrichting Oostenrijk na terugverwijzing
Belanghebbende had een aanslag vennootschapsbelasting voor 1987 ontvangen over een belastbaar bedrag van fl. 237.063.076,-. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag. Het Gerechtshof bevestigde dit in 1999, maar de Hoge Raad vernietigde deze uitspraak in 2000 en verwees de zaak terug voor verdere behandeling.
De kern van het geschil betrof de vraag of belanghebbende recht had op vermogensaftrek over een vordering van fl. 20.150.932,- op haar Oostenrijkse vaste inrichting, ontstaan uit geleverde goederen in 1986. De Inspecteur voerde aan dat er geen schuldverhouding bestond en dat het bedrag niet als leverancierskrediet kon worden aangemerkt.
Het Hof oordeelde dat de zelfstandigheidsfictie van toepassing is en dat vorderingen die 'at arm's length' zijn overeengekomen tot het vermogen behoren. De Inspecteur's primaire standpunt werd verworpen. Partijen stelden vast dat de feitelijke krediettermijn zes maanden bedroeg, terwijl drie maanden gebruikelijk was. Het Hof stelde het leverancierskrediet daarom vast op 50% van het bedrag, fl. 10.075.466,-.
Het beroep werd gegrond verklaard, de aanslag verminderd en de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak werd openbaar gedaan op 13 september 2002.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de aanslag verminderd met toepassing van vermogensaftrek over 50% van de vordering op de vaste inrichting.