ECLI:NL:GHSHE:2002:AE8330
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Raadkamer
- P.R. Feith
- J.C. Kranenburg
- W.H.B. den Hartog Jager
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek tegen raadsheren na beslissing artikel 12 Sv.-klachtschriften
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen drie raadsheren van het gerechtshof 's-Hertogenbosch die op 15 mei 2002 artikel 12 Sv Pro.-klachtschriften behandelden. Het verzoek werd op 20 augustus 2002 ingediend, nadat de beslissing op de klaagschriften al op 12 juni 2002 was gegeven.
Het hof overwoog dat wraking ingevolge artikel 512 Sv Pro. alleen mogelijk is door een verdachte of het openbaar ministerie tegen een rechter die een strafzaak behandelt. Verzoeker was echter geen verdachte in de betreffende artikel 12 Sv Pro.-procedure, waardoor het verzoek aanvankelijk niet ontvankelijk leek.
Desondanks erkende het hof dat het fundamentele rechtsbeginsel van onpartijdigheid ook in artikel 12 Sv Pro.-procedures geldt en dat wraking in beginsel mogelijk is, mits het verzoek tijdig wordt ingediend. Omdat de beslissing op de klaagschriften al was gegeven voordat het wrakingsverzoek werd ingediend, kon het verzoek niet meer worden gehonoreerd.
Het hof verwees naar jurisprudentie dat wraking na het wijzen van een einduitspraak niet mogelijk is, omdat het wrakingsmiddel ertoe dient te voorkomen dat een rechter die een zaak behandelt, de zaak verder behandelt of het eindoordeel velt. Het verzoek werd daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de raadsheren werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het na de beslissing werd ingediend en verzoeker geen verdachte was.