ECLI:NL:GHSHE:2002:AE7685
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N. van Beelen
- Rechtspraak.nl
Belastingtariefindeling bij onderhoud studerend kind met eigen inkomsten
Belanghebbende, de moeder van een studerende zoon, was in geschil met de Inspecteur over de juiste indeling in de tariefgroepen voor de inkomstenbelasting 1997. De Inspecteur wilde belanghebbende indelen in tariefgroep 2, terwijl zij aanspraak maakte op tariefgroep 4, omdat zij haar zoon in belangrijke mate zou onderhouden.
De wetgeving bepaalt dat een ongehuwde belastingplichtige in tariefgroep 4 kan worden ingedeeld indien een kind dat tot zijn huishouden behoort in belangrijke mate door hem wordt onderhouden. Dit wordt vastgesteld aan de hand van een bijdrage van minimaal ƒ 56 per week. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de eigen inkomsten van het studerende kind in aanmerking moeten worden genomen bij de beoordeling of er sprake is van belangrijke mate van onderhoud.
Het hof stelde vast dat de studiefinancieringsnorm niet volledig maatgevend is voor de werkelijke kosten van levensonderhoud. Belanghebbende had een overzicht van de werkelijke kosten van levensonderhoud van haar zoon overgelegd, waaruit bleek dat de kosten hoger waren dan de som van de inkomsten van de zoon vermeerderd met de wettelijke bijdrage. Het hof concludeerde dat de zoon in belangrijke mate door belanghebbende werd onderhouden en dat daarom de aanslag verminderd moest worden tot een belastbaar inkomen passend bij tariefgroep 4.
Het hof veroordeelde de Inspecteur tevens tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Het hof wijst het beroep toe en vermindert de aanslag door indeling in tariefgroep 4 vanwege het belangrijke onderhoud van de studerende zoon.