ECLI:NL:GHSHE:2002:AE7682
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.J. van Muijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging belastingaanslag over vergoeding niet opgenomen vakantiedagen
Belanghebbende, werkzaam bij een gemeente, ontving in 1997 een vergoeding van f 22.000 voor 77 niet opgenomen vakantiedagen over de periode 1987-1997. De Inspecteur legde hierover een aanslag op met toepassing van het normale progressieve tarief. Belanghebbende maakte bezwaar en stelde dat het bijzondere tarief van 45% van artikel 57 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964 van toepassing zou moeten zijn.
Het geschil spitste zich toe op de vraag of de vergoeding gezien kon worden als een vervanging van gederfde of te derven inkomsten, waarop het bijzondere tarief van toepassing is. Het Hof verwijst naar een arrest van de Hoge Raad uit 1986 en een recente uitspraak van juni 2002, waarin is bevestigd dat dergelijke vergoedingen niet onder het bijzondere tarief vallen.
Het Hof oordeelt dat de vergoeding niet is genoten ter vervanging van gederfde inkomsten en bevestigt daarmee de aanslag zoals opgelegd door de Inspecteur. Er worden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend. De uitspraak is op 21 augustus 2002 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het Hof bevestigt dat de vergoeding voor niet opgenomen vakantiedagen belast wordt tegen het normale progressieve tarief en wijst het beroep af.