ECLI:NL:GHSHE:2002:AE1436
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.J. Koopman
- A.J. van Soest
- N. van Beelen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belastingaanslag en vaste vertegenwoordiger in binnenlandse onderneming
Belanghebbende, woonachtig in Canada, voerde beroep aan tegen een belastingaanslag gebaseerd op een belastbaar inkomen van ƒ 3.600.000. De Inspecteur stelde dat belanghebbende beschikte over een vaste vertegenwoordiger in Nederland, de heer E, die tevens familie is van belanghebbende en gemachtigd was over bankrekeningen te beschikken.
Het hof oordeelde dat de stellingen van belanghebbende over het niet aanwezig zijn van de heer E in Nederland onvoldoende waren onderbouwd, mede gezien de verklaringen en bankgegevens die een nauwe verwevenheid tussen de ondernemingen D en F aantoonden. Tevens concludeerde het hof dat belanghebbende niet volledig had voldaan aan zijn administratieplicht en inzageverzoeken van de Inspecteur niet volledig had beantwoord, waardoor toepassing van de omkering van de bewijslast gerechtvaardigd was.
De Inspecteur had de winst uit de binnenlandse onderneming redelijk geschat op basis van banktransacties en een brutowinstmarge. Het hof verwierp de bezwaren van belanghebbende en verklaarde het beroep ongegrond, waarmee de aanslag werd bevestigd.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de belastingaanslag over 1996.