ECLI:NL:GHSHE:2001:AD5047
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag loonbelasting wegens terbeschikkingstelling auto als voordeel
Belanghebbende, een vennootschap die onroerende zaken en tenniscentra exploiteert, is in geschil met de Inspecteur over de naheffingsaanslag loonbelasting over het jaar 1997. De kern van het geschil betreft de vraag of het voordeel van het ter beschikking stellen van een auto aan een werknemer moet worden meegenomen bij de bepaling van het fictief loon volgens artikel 12a van de Wet op de loonbelasting 1964.
De Inspecteur heeft een bedrag van fl. 14.720,= als voordeel van de auto bij het fictief loon van de werknemer F betrokken en daarop de naheffingsaanslag gebaseerd. Belanghebbende betwist dit standpunt en vordert vernietiging van de aanslag.
Het hof overweegt dat artikel 11a van de Wet op de loonbelasting 1964 duidelijk bepaalt dat het genot van een ter beschikking gestelde auto niet tot het loon behoort. De wetsgeschiedenis biedt geen aanwijzing voor een andere uitleg. Daarom wordt het standpunt van de Inspecteur gevolgd en de naheffingsaanslag gehandhaafd.
De proceskosten worden niet aan de Inspecteur opgelegd. De uitspraak is op 4 oktober 2001 in het openbaar gedaan door het hof te 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het hof bevestigt de naheffingsaanslag loonbelasting waarbij het voordeel van de ter beschikking gestelde auto wordt meegenomen in het fictief loon.