ECLI:NL:GHSHE:2001:AD3877
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- H.G.F.M. de Kok
- Van Griensven
- Van Erp
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige hinder door afvalstort nabij woning en aansprakelijkheid vergunninghouder en overheid
Appellant woont sinds de jaren '80 in een woning nabij een afvalstortplaats die door geïntimeerden werd geëxploiteerd. De stortplaats veroorzaakte ernstige hinder door geluid, stank, stof en verontreiniging, wat leidde tot vermindering van woon- en leefgenot en waardevermindering van onroerend goed. Hoewel de stortplaats een vergunning had, ontbrak de planologische grondslag en was er geen regeling voor schadevergoeding.
Appellant vorderde vergoeding van gederfd woon- en leefgenot, waardevermindering van twee panden en kosten van rechtsbijstand. De rechtbank wees deze vorderingen af, behalve een beperkte vergoeding voor proceskosten. In hoger beroep stelde appellant dat geïntimeerden onrechtmatig hadden gehandeld en aansprakelijk waren voor de schade.
Het hof oordeelde dat de exploitatie van de stortplaats onrechtmatig was jegens appellant omdat de hinder niet zonder vergoeding hoefde te worden geduld. De vergunningverlenende overheid had tekortgeschoten door geen schadevergoedingsregeling op te nemen en door het ontbreken van een geldige planologische basis. De vergunninghouder was niet aansprakelijk omdat zij niet zelf exploiteerde en het toenmalige recht geen aansprakelijkheid voor derden kende.
Het hof beval een descente ter plaatse en een comparitie van partijen om tot een schikking en deskundigenadvies te komen over de schade. De vordering in vrijwaring werd afgewezen en de kosten werden verdeeld. Het arrest bevestigt dat ook vergunningverlening met vergunningplichtige activiteiten onrechtmatig kan zijn als derden onaanvaardbare hinder ondervinden zonder compensatie.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat de exploitatie van de afvalstortplaats onrechtmatig is jegens appellant en beveelt nader onderzoek naar schadevergoeding, terwijl de vergunninghouder niet aansprakelijk wordt gehouden.