ECLI:NL:GHSHE:2001:AB1890
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waardering vakantiebungalow als onroerende zaak voor Wet WOZ
De zaak betreft het beroep van de belanghebbende tegen een beschikking van de gemeente waarin de waarde van een vakantiebungalow met ondergrond is vastgesteld voor de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ). Het geschil spitst zich toe op de vraag of de woning als onroerende zaak moet worden aangemerkt, de omvang van de grond waarop de woning staat, en de juiste waardering van het geheel.
Het hof stelt dat de woning duurzaam met de grond verenigd is, gelet op de fundering, aansluiting op voorzieningen en de bedoeling van de belanghebbende om de woning als vakantiebungalow duurzaam ter plaatse te laten staan. Dit betekent dat de woning onroerend is in de zin van artikel 3:3 BW Pro en artikel 16 Wet Pro WOZ. De belanghebbende betoogt dat de woning niet onroerend is omdat geen hypotheekrecht kan worden gevestigd en de woning niet in het kadaster staat ingeschreven, maar dit verweer wordt verworpen.
Verder oordeelt het hof dat de grond waarop de woning staat 300 m2 omvat en niet 200 m2 zoals de belanghebbende stelt, omdat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat het gebruik beperkt is tot 200 m2. De waardering van de onroerende zaak op ƒ 75.000 wordt bevestigd, waarbij het hof het taxatierapport van de ambtenaar betrouwbaar acht en het door de belanghebbende overgelegde rapport onvoldoende onderbouwd vindt. De overeenkomst tussen de belanghebbende en de vennootschap, die rechten en beperkingen regelt, heeft geen waardedrukkend effect op de onroerende zaak in de zin van de Wet WOZ.
Het hof wijst het beroep af en bevestigt de bestreden uitspraak. Er worden geen proceskosten toegekend en het griffierecht blijft voor rekening van de belanghebbende.
Uitkomst: De waarde van de vakantiebungalow inclusief 300 m2 grond wordt vastgesteld op ƒ 75.000 en het beroep wordt afgewezen.