ECLI:NL:GHSHE:2001:AA9686
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging waardering onroerende zaak als één geheel volgens Wet WOZ
De belanghebbende betwistte de waardering van haar onroerende zaak, bestaande uit een woning met bijbehorende bosgrond, waarbij zij stelde dat het perceel onterecht als één onroerende zaak was aangemerkt. Volgens haar zou de bosgrond buiten beschouwing moeten blijven bij de waardebepaling.
Het Gerechtshof stelde vast dat zowel de woning met aanhorigheden als de bosgrond een samenstel vormen dat naar de omstandigheden bij elkaar behoort, ondanks dat het perceel was opgesplitst door een hek. De waardering was gebaseerd op artikel 16 Wet Pro WOZ, dat bepaalt dat een samenstel van gebouwde en ongebouwde eigendommen als één onroerende zaak wordt beschouwd.
De belanghebbende voerde aan dat deze waardering zou leiden tot een hogere huurwaardeforfait voor de inkomstenbelasting, maar het Hof wees dit af op grond van de relevante fiscale wetgeving die een correcte toerekening van de waarde aan de eigen woning voorschrijft.
Het Hof besloot de bestreden uitspraak te bevestigen en gelastte de ambtenaar het door de belanghebbende betaalde griffierecht te vergoeden vanwege het niet informeren over fiscale consequenties. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de waardering van de onroerende zaak als één geheel en wijst het beroep van de belanghebbende af.