ECLI:NL:GHSHE:2000:AA8909
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaarschrift WOZ-waarde
Belanghebbende diende een bezwaarschrift in tegen een waardebeschikking van de gemeente betreffende de WOZ-waarde van een onroerende zaak. De voorzitter van de Belastingkamer had het bezwaarschrift niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet binnen de wettelijke termijn van zes weken was ontvangen.
Belanghebbende stelde in het verzet dat hem door de ambtenaar een verlenging was toegezegd tot 1 mei 1997, waarbinnen het bezwaar mocht worden ingediend. Een brief van de ambtenaar bevestigde deze verlenging. De ambtenaar erkende dat de gemeente de intentie had het bezwaarschrift dat uiterlijk op 1 mei 1997 werd ontvangen als tijdig te behandelen, hoewel de ambtenaar niet bevoegd was de termijn formeel te verlengen.
Het hof oordeelde dat onder deze omstandigheden niet kan worden geoordeeld dat belanghebbende in verzuim was. Op grond van artikel 6:11 van Pro de Awb moest de niet-ontvankelijkverklaring wegens te late indiening achterwege blijven. Het verzet werd gegrond verklaard, de beschikking van de voorzitter vernietigd en de zaak alsnog in behandeling genomen.
Uitkomst: Het verzet is gegrond verklaard, de niet-ontvankelijkverklaring vernietigd en de zaak wordt alsnog in behandeling genomen.