ECLI:NL:GHSHE:2000:AA8725
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van toepassing overgangsregeling overdrachtsbelasting bij economische eigendomsoverdracht
Belanghebbende, G Holding International B.V., betwistte een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting opgelegd door de Inspecteur. De kern van het geschil betrof de vraag of de economische eigendomsoverdracht van een onroerende zaak op 3 januari 1996 het gevolg was van een schriftelijke overeenkomst die reeds bestond op 31 maart 1995, 18.00 uur, zodat de overgangsregeling van artikel V, lid 4, van de Wijzigingswet van toepassing zou zijn.
Belanghebbende stelde dat zij als 'nader te noemen meester' in de plaats trad van R Investments V B.V. (REIV), een rechtspersoon binnen dezelfde groep, en dat dit gebruikelijk was binnen de groep. Zij bracht diverse stukken in, waaronder een ontwerpakte en onderhandse akten, maar kon niet aantonen dat op de relevante datum de naam van de 'nader te noemen meester' bekend was of dat een schriftelijke overeenkomst bestond waarin dit was vastgelegd.
De Inspecteur betoogde dat er geen sprake was van contractovername en dat de clausule 'nader te noemen meester' niet in de oorspronkelijke schriftelijke overeenkomst stond. Het Hof oordeelde dat belanghebbende niet had bewezen dat de economische eigendomsoverdracht het gevolg was van een schriftelijke overeenkomst vóór de genoemde datum en bevestigde daarom de bestreden uitspraak en de naheffingsaanslag.
Proceskosten werden niet toegewezen aan belanghebbende en het door haar betaalde griffierecht hoefde niet te worden vergoed. Het vonnis werd op 22 november 2000 uitgesproken door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de naheffingsaanslag omdat niet is aangetoond dat de economische eigendomsoverdracht het gevolg is van een schriftelijke overeenkomst vóór 31 maart 1995.