ECLI:NL:GHSHE:2000:AA6578
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.J. van Soest
- Rechtspraak.nl
Bevestiging waardering winkelpand en bovenwoning als afzonderlijke onroerende zaken volgens Wet WOZ
Belanghebbende, eigenaresse van een winkelpand en een bovenwoning, stelde bezwaar tegen de waardebeschikkingen voor deze panden over de periode 1997-2000. De winkel en bovenwoning waren respectievelijk gewaardeerd op fl. 175.000 en fl. 89.000. Het geschil betrof de vraag of deze panden als één onroerende zaak of als afzonderlijke zaken moesten worden beschouwd volgens artikel 16 lid Pro c van de Wet WOZ.
Het Hof stelde vast dat de winkel en bovenwoning afzonderlijk toegankelijk en afsluitbaar zijn en dat de bovenwoning zelfs werd onderverhuurd aan derden. De winkel beschikte niet over een eigen toilet of meters, maar dit was volgens het Hof niet relevant voor de objectafbakening onder de Wet WOZ. De ambtenaar had de waardering dan ook terecht als twee afzonderlijke onroerende zaken vastgesteld.
Belanghebbende vorderde vernietiging van de beschikkingen, maar het Hof verwierp deze vordering en bevestigde de bestreden uitspraak. Er werden geen proceskosten aan partijen opgelegd. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad binnen zes weken na verzending.
Uitkomst: Het Hof bevestigt dat de winkel en bovenwoning als afzonderlijke onroerende zaken moeten worden gewaardeerd volgens de Wet WOZ.