ECLI:NL:GHSHE:2000:AA6570
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J. van Soest
- R.J. Koopman
- J.C.K.W. Bartel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanslag inkomstenbelasting 1991 na geschil over waardering goodwill bij inbreng onderneming
Belanghebbende, een advocaat, bracht per 1 januari 1991 80% van zijn onderneming in een vennootschap in en droeg 20% om niet over aan zijn maat. De Inspecteur stelde de waarde van de goodwill bij de inbreng vast op ƒ 167.277,--, terwijl belanghebbende een hogere waarde van ƒ 537.000,-- claimde. Het geschil betrof of de Inspecteur in strijd met het vertrouwens- en zorgvuldigheidsbeginsel had gehandeld en of de goodwill te laag was vastgesteld.
Het Hof oordeelde dat de Inspecteur niet onzorgvuldig of in strijd met het vertrouwensbeginsel had gehandeld. Belanghebbende had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de normale arbeidsbeloning te hoog was vastgesteld of dat de kapitalisatiefactor onjuist was toegepast. Ook was het door belanghebbende opgevoerde hogere aandeel in de kantoororganisatie niet aannemelijk.
Het Hof bevestigde de aanslag en stelde vast dat belanghebbende niet had voldaan aan de voorwaarden van artikel 18 Wet Pro op de inkomstenbelasting 1964 voor de waardering van de aandelen. De proceskosten werden niet aan een van de partijen opgelegd. De uitspraak werd op 5 juli 2000 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de aanslag inkomstenbelasting 1991 en oordeelt dat de Inspecteur niet onzorgvuldig handelde bij de waardering van goodwill.