ECLI:NL:GHSHE:2000:AA6501
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek voorwaardelijke vrijstelling BPM op grond van vertrouwen in uitlatingen ambtenaar
Belanghebbende, werkzaam als vertegenwoordiger van een Duits bedrijf, verzocht om een voorwaardelijke vrijstelling van BPM voor een aan hem ter beschikking gestelde leaseauto. De Inspecteur wees dit verzoek af en ook het bezwaar werd ongegrond verklaard. Belanghebbende ging in beroep bij het Gerechtshof en stelde dat hij op grond van uitlatingen van een douaneambtenaar tijdens een onderhoud op 10 juni 1997 gerechtvaardigd vertrouwen had gekregen dat hij aanspraak kon maken op de vrijstelling.
Tijdens de zitting verklaarde de ambtenaar dat hij aanvankelijk positief wilde besluiten, maar dat hij uiteindelijk geen aanleiding zag om nadere informatie te vragen en de vergunning moest weigeren. Het Hof stelde vast dat belanghebbende onvoldoende bewijs had geleverd voor het bestaan van een toezegging of bindend vertrouwen. Ook werd gewezen op onvolledige en onjuiste gegevens verstrekt door belanghebbende, waardoor de belastingadministratie niet gebonden is aan eventuele uitlatingen.
Het Hof concludeerde dat belanghebbende bij strikte wetstoepassing geen recht heeft op vrijstelling en dat het vertrouwen op de uitlatingen van de ambtenaar niet gerechtvaardigd was. De bestreden uitspraak van de Inspecteur werd bevestigd en belanghebbende werd niet in de proceskosten veroordeeld.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de afwijzing van het verzoek om voorwaardelijke vrijstelling van BPM omdat geen gerechtvaardigd vertrouwen op een toezegging bestond.