ECLI:NL:GHSHE:2000:AA6047
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J. van Soest
- R.J. Koopman
- J.C.K.W. Bartel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waarderingsmethode pensioenverplichtingen door pensioenlichaam in vennootschapsbelasting
De Stichting X, een pensioenlichaam, was het niet eens met de door de Inspecteur opgelegde aanslag vennootschapsbelasting over 1992. De kern van het geschil betrof de waarderingsmethode van haar pensioenverplichtingen per 31 december 1992. Belanghebbende wilde deze waarderen volgens een lineaire methode zonder rekening te houden met rente en sterftekansen, wat resulteerde in een hogere waardering van het pensioenvermogen.
De Inspecteur stelde dat de pensioenverplichtingen actuarieel moesten worden gewaardeerd, conform het goed koopmansgebruik, wat een lagere waarde opleverde. Het Hof overwoog dat na 1991 de lineaire methode slechts toepasbaar is voor werkgevers die pensioenverplichtingen in eigen beheer houden voor een beperkt aantal gerechtigden. Voor pensioenlichamen zoals Stichting X, die als een levensverzekeringsmaatschappij opereren, geldt dat de waardering actuarieel moet plaatsvinden.
Het Hof concludeerde dat de lineaire methode niet passend is voor Stichting X en bevestigde de aanslag op basis van de actuariele waardering. Tevens oordeelde het Hof dat er geen aanleiding was voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 20 april 2000 en partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot cassatie binnen zes weken.
Uitkomst: Het Hof bevestigt dat Stichting X haar pensioenverplichtingen actuarieel moet waarderen en handhaaft de aanslag vennootschapsbelasting over 1992.