ECLI:NL:GHSHE:2000:AA6003
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging belastingaanslag na afwijzing aftrek kosten badkamerverbouwing als ziektekosten
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting 1995, waarbij de Inspecteur slechts een deel van de kosten voor een badkamerverbouwing als aftrekbare ziektekosten erkende. De verbouwing betrof het vervangen van een bad door een douchecabine met douchezitting op medisch advies.
Het geschil betrof de vraag of de volledige kosten van de verbouwing als buitengewone lasten aftrekbaar waren. Het Hof stelde vast dat de verbouwing een bestanddeel van de woning vormt en niet kwalificeert als een hulpmiddel in de zin van de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
Hoewel de belanghebbende zich beriep op een resolutie van de Staatssecretaris van Financiën waarin criteria voor aftrek van hulpmiddelen zijn opgenomen, oordeelde het Hof dat deze resolutie ziet op voorzieningen die herkenbaar speciaal voor ziekte of invaliditeit zijn aangebracht, zoals trapliften en toiletbeugels. Een douchecabine is niet zodanig herkenbaar.
Daarom werd het beroep van belanghebbende verworpen en de aanslag bevestigd. Er werden geen proceskosten toegewezen. Tegen deze uitspraak kan beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de aanslag en wijst de aftrek van de volledige badkamerverbouwing als ziektekosten af.