ECLI:NL:GHSGR:2012:CA3755
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- U.E. Tromp
- J.T. Sanders
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen wegens niet opgegeven buitenlandse bankrekening
Belanghebbende was houder van een buitenlandse bankrekening bij KBL Luxemburg waarvan hij inkomsten en vermogen niet had opgegeven in zijn belastingaangiften over de jaren 1992 tot en met 2000. De Inspecteur legde navorderingsaanslagen, boetebeschikkingen en heffingsrente op wegens het niet aangeven van deze buitenlandse tegoeden.
De gegevens over de rekening kwamen via microfiches die in 1994 door medewerkers van KBL waren ontvreemd en via de Belgische justitiële en belastingautoriteiten aan de Nederlandse Belastingdienst werden verstrekt. Het hof oordeelde dat deze gegevens rechtmatig waren verkregen en bruikbaar als bewijs, ondanks de onduidelijkheid over de wijze van verkrijging.
Het hof stelde vast dat belanghebbende de rekening erkende en dat het niet anders kon dan dat het aan zijn opzet te wijten was dat te weinig belasting was geheven. Wel oordeelde het hof dat de Inspecteur de navorderingsaanslagen voor de jaren 1992-1997 (inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen) en 1992-1998 (vermogensbelasting) niet in stand kon houden vanwege overschrijding van de redelijke termijn. De boetes werden verminderd tot 24% vanwege deze termijnoverschrijding.
Het hof veroordeelde de Inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan belanghebbende en verklaarde het beroep voor het overige ongegrond.
Uitkomst: Navorderingsaanslagen deels vernietigd wegens termijnoverschrijding en boetes gematigd tot 24% wegens opzettelijke niet-opgave van buitenlandse banktegoeden.