ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ5479
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens geen belang bij gewijzigde objectafbakening in WOZ-zaak
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-beschikkingen voor het kalenderjaar 2011 met betrekking tot de waardering en objectafbakening van een kantoorpand bestaande uit meerdere objecten. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de aanslagen en beschikkingen en oordeelde dat het gebouw als één object moest worden aangemerkt. Belanghebbende stelde in hoger beroep dat het pand uit vier objecten bestond en dat de waarde dienovereenkomstig moest worden vastgesteld.
Het hof oordeelde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is omdat een gegrondverklaring in hoger beroep niet tot een gunstiger resultaat voor belanghebbende kan leiden. Een eventueel nog op te leggen aanslag in de gebruikersheffing zou niet tot een andere conclusie leiden en belanghebbende kan daartegen zelfstandig rechtsmiddelen aanwenden. Hierdoor ontbreekt het belang bij het hoger beroep.
De rechtbank had geoordeeld dat de objecten niet afzonderlijk als onroerende zaken konden worden aangemerkt omdat zij niet over de noodzakelijke minimumvoorzieningen beschikten. Het hof bevestigde dat de primaire beschikkingen en aanslagen vernietigd moesten worden, maar dat het hoger beroep niet ontvankelijk was. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend. De uitspraak werd op 5 december 2012 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat een gegrondverklaring niet tot een gunstiger resultaat leidt.