ECLI:NL:GHSGR:2012:BY7739
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- C.P.E.M. Fonteijn- Van der Meulen
- J.A.C. Bartels
- T.L. Tan
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep bezit kinderpornografisch materiaal door minderjarige verdachte zonder strafoplegging
In deze strafzaak stond een minderjarige verdachte terecht voor het bezit van kinderpornografisch materiaal. De verdachte had via een USB-stick bestanden op zijn computer opgeslagen, waarvan hij later besefte dat het om kinderporno ging, maar deze niet verwijderde. Het hof oordeelde dat het opzet op het bezit wettig en overtuigend was bewezen.
De zaak kende een overschrijding van de redelijke termijn van ruim dertig maanden, wat het hof meewoog bij de beslissing. De verdediging voerde meerdere verweren, waaronder nietigheid van de dagvaarding en gebrek aan opzet, die door het hof werden verworpen. Ook werd een deel van de tenlastelegging niet bewezen verklaard, wat leidde tot een partiële vrijspraak.
De verdachte werd verminderd toerekeningsvatbaar geacht op basis van diverse psychologische rapporten. Gezien de omstandigheden, de eerdere melding van het bezit door de verdachte zelf en de overschrijding van de redelijke termijn, besloot het hof geen straf of maatregel op te leggen. Tevens werd gewezen op het beleid rond de Verklaring Omtrent het Gedrag, waarbij het hof geen bijzondere overweging opnam.
Uitkomst: Verdachte schuldig bevonden aan bezit kinderpornografie, maar geen straf of maatregel opgelegd vanwege omstandigheden en termijnoverschrijding.