ECLI:NL:GHSGR:2012:BY6365
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding wegens vervalbeding en uitsluiting geleidelijke schade bij elektriciteitscentrale
E.on exploiteert een elektriciteitscentrale met twee generatoren (MV1 en MV2) waarin in 2002 scheurvorming werd ontdekt. E.on meldde de schade bij haar verzekeraars, die dekking weigerden op grond van het vervalbeding en uitsluiting van schade door geleidelijke invloeden.
E.on stelde dat verzekeraars afstand hadden gedaan van het vervalbeding en dat het vervalbeding onredelijk was. Het hof oordeelde dat geen afstand was gedaan, mede omdat communicatie via de tussenpersoon Aon niet als afstand kon worden gezien. Het vervalbeding bleef geldig en het beroep daarop was niet onaanvaardbaar.
Verder stelde E.on dat de schade pas opeisbaar was na rapportages in 2006, maar het hof bepaalde dat de vervaltermijn aanving bij bekendheid met de scheurvorming in 2002 en 2004, ruim vóór de dagvaarding in 2009.
Ten slotte bevestigde het hof dat de schade het gevolg was van een geleidelijk proces (metaalmoeheid) en daarmee uitgesloten was van dekking. Het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 1 juni 2011 werd bekrachtigd en E.on werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vordering van E.on af wegens vervalbeding en uitsluiting van geleidelijke schade.