ECLI:NL:GHSGR:2012:BY4200
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding immateriële schade door overschrijding redelijke termijn in bezwaar en beroep
Belanghebbende diende bezwaarschriften in tegen belastingaanslagen over de jaren 2002, 2003 en 2004. De bezwaarfase en de daaropvolgende beroepsprocedures duurden aanzienlijk langer dan de redelijke termijn, waarbij vooral de Inspecteur verantwoordelijk werd gehouden voor de vertraging in de bezwaarfase.
Het Hof stelde vast dat de totale procedure van ontvangst bezwaarschrift tot uitspraak rechtbank ruim vijf jaar en negen maanden duurde, terwijl een redelijke termijn van twee jaar geldt. Van de overschrijding van drie jaar en negen maanden werd afgerond twee jaar aan de Inspecteur toegerekend. De overschrijding in hoger beroep werd niet als onredelijk beoordeeld.
De Staat, vertegenwoordigd door het ministerie van Veiligheid en Justitie, werd veroordeeld tot een vergoeding van €1.000 voor de rechterlijke fase, en de Inspecteur tot €2.000 voor de overschrijding in de bezwaarfase. Tevens werden proceskosten van €437 aan belanghebbende toegekend. De uitspraak benadrukt het belang van tijdige behandeling van belastinggeschillen conform het rechtszekerheidsbeginsel.
Uitkomst: De Staat en de Inspecteur worden veroordeeld tot betaling van een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in bezwaar en beroep.