ECLI:NL:GHSGR:2012:BY0223
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Labohm
- Van de Poll
- Roelvink-Verhoeff
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over waardering ondernemingsvermogen en fiscale claims in echtscheiding
In deze zaak is hoger beroep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank ’s-Gravenhage betreffende de afwikkeling van huwelijkse voorwaarden en de waardering van het ondernemingsvermogen van de man. De man stelt dat de waardering van zijn eenmanszaak onjuist is omdat de passiefzijde van de balans niet is meegenomen. Daarnaast is er discussie over de hoogte van fiscale belastingclaims op stille reserves, oudedagsreserve en lijfrentepolis.
De vrouw bestrijdt de stellingen van de man en voert onder meer aan dat haar aandeel in een maatschap en de voormalige echtelijke woning uit privévermogen is gefinancierd. Het hof oordeelt dat de investeringen uit een gemengde rekening zijn gedaan, waardoor deze vermogensbestanddelen tot het te verrekenen vermogen behoren. De waardering van de onroerende zaken wordt vastgesteld op basis van een gemiddelde factor tussen de door partijen voorgestelde factoren.
Verder bepaalt het hof dat de fiscale claims voor de verrekening moeten worden meegenomen tegen het nominale percentage van 52%, ondanks dat deze claims nog niet opeisbaar zijn. De zaak wordt aangehouden voor nadere waardering van het maatschapsaandeel van de vrouw en de benoeming van een deskundige. Andere geschilpunten worden deels toegewezen, deels afgewezen, waarbij ook schulden van de vrouw in de verrekening worden betrokken.
Uitkomst: Het hof bepaalt een aangepaste waardering van het ondernemingsvermogen en fiscale claims en houdt verdere beslissing aan voor waardering maatschapsaandeel.