ECLI:NL:GHSGR:2012:BX8862
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M.M. Olthof
- P.M. Verbeek
- R. van der Vlist
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bestuurder jegens schuldeiser na surseance en faillissement
In deze civiele procedure vordert [appellante], enig aandeelhouder en schuldeiser van [A] B.V., schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen door bestuurder [B]. [B] had surseance van betaling aangevraagd en het hotel verkocht, waarna faillissement volgde. Het hof beoordeelt de aansprakelijkheid van [B] jegens [appellante] als schuldeiser na verwijzing door de Hoge Raad.
Het hof stelt vast dat [B] onvoldoende heeft voldaan aan haar informatieplicht jegens [appellante], met name door het niet tijdig informeren over de verslechterende financiële positie en de dreigende surseance, en door haar eigen belang bij de aankoop van het hotel te verzwijgen. Dit handelen wordt als onrechtmatig jegens [appellante] aangemerkt. De causaliteit tussen het handelen van [B] en het faillissement van [A] kan niet met zekerheid worden vastgesteld vanwege tegenstrijdige deskundigenrapporten.
Het hof weegt de kansen in hoger beroep en schat de kans dat [appellante] gelijk zou krijgen op 80%. Op basis hiervan wordt een schadevergoeding van € 646.973,70 toegekend voor de achtergestelde lening, vermeerderd met rente en proceskosten. Vorderingen voor afgeleide schade uit projectontwikkelingen worden afgewezen wegens onvoldoende contractuele basis. Het arrest vernietigt eerdere vonnissen en wijst de gevorderde schadevergoeding en kosten toe, met uitzondering van rente over de lening en bepaalde aanvullende eisen.
Uitkomst: Bestuurder [B] is aansprakelijk voor onrechtmatig handelen jegens schuldeiser [appellante] en moet € 734.005,90 schadevergoeding en kosten betalen.