ECLI:NL:GHSGR:2012:BX3548
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Kempen
- Van Leuven
- Van der Burght
- Rechtspraak.nl
Geldigheid erkenning minderjarige in Nederland na Duitse erkenning door gehuwde man
De zaak betreft de vraag of een in Duitsland gedane erkenning van een minderjarige door een man die op dat moment in Nederland met een andere vrouw was gehuwd, rechtsgeldig is in Nederland. De man had in hoger beroep verzocht de eerdere afwijzing van zijn verzoeken te vernietigen en vast te stellen dat de erkenning geldig is en geregistreerd kan worden.
De rechtbank had geoordeeld dat onvoldoende was aangetoond dat er een band bestond tussen de man en de moeder die gelijkstaat aan een huwelijk, noch dat er een nauwe persoonlijke betrekking bestond tussen de man en de minderjarige. De man stelde dat het moment van erkenning bepalend is en dat hij destijds een nauwe persoonlijke betrekking had, ook al was het contact later beperkt tot e-mail en telefoon.
Het hof overwoog dat volgens artikel 10:101 BW Pro een buitenlandse erkenning van rechtswege wordt erkend, tenzij deze kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde, waaronder niet-bevoegdheid valt. Omdat de man gehuwd was met een andere vrouw, is de erkenning volgens artikel 1:204 BW Pro nietig, tenzij uitzonderingen gelden.
Het hof concludeerde dat de man onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er een band bestond die gelijkstaat aan een huwelijk of dat er een nauwe persoonlijke betrekking was ten tijde van de erkenning. De enkele bezoeken en beperkte contacten waren onvoldoende bewijs. Daarom werd de bestreden beschikking bekrachtigd en de erkenning niet als geldig erkend in Nederland.
Uitkomst: De erkenning van de minderjarige door de man in Duitsland wordt in Nederland niet erkend wegens onvoldoende aannemelijkheid van een huwelijksgelijkwaardige band of nauwe persoonlijke betrekking.