ECLI:NL:GHSGR:2012:BW8037
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A. Dupain
- H.J.H. van Meegen
- J.C.N.B. Kaal
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake vermeende beroepsfout advocaat en eigendomsrecht geldbedrag
In deze civiele zaak staat centraal de vraag of de advocaat [geïntimeerde] jegens [appellant] onrechtmatig heeft gehandeld of toerekenbaar tekortgeschoten is door mee te werken aan de ondertekening van verklaringen door [X] over een geldbedrag en vervoersmiddelen.
[Appellant] stelt dat het geldbedrag en een deel van de vervoersmiddelen aan hem toebehoorden en dat [geïntimeerde] had moeten optreden als eigenaar van het geld. Het hof oordeelt dat [geïntimeerde] geen reden had om het eigendomsrecht van [appellant] te erkennen en dat het een onderlinge kwestie tussen de broers betrof.
De rechtbank had de vordering tegen [geïntimeerde] afgewezen en deze beslissing wordt door het hof bekrachtigd. Tevens wordt [appellant] veroordeeld in de proceskosten van deze instantie. De grieven van appellant worden verworpen, ook die betreffende het dossier op grond van artikel 843a Rv.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat geen beroepsfout van de advocaat is vastgesteld en wijst de vordering van appellant af, waarbij hij de proceskosten draagt.