ECLI:NL:GHSGR:2012:BW7014
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M.H. van Coeverden
- S.R. Mellema
- V. Disselkoen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling doorbreking appelverbod bij ontbinding arbeidsovereenkomst
In deze zaak stond het hoger beroep centraal tegen een beschikking ex art. 7:685 BW Pro van de rechtbank 's-Gravenhage, waarin een arbeidsovereenkomst werd ontbonden. Volgens vaste rechtspraak is hoger beroep tegen een dergelijke beschikking in principe niet mogelijk, tenzij het appelverbod wordt doorbroken vanwege onjuiste toepassing van de wet, buiten toepassing laten van het artikel of schending van fundamentele rechtsbeginselen.
De appellant stelde dat sprake was van een doorbrekingsgrond omdat de ontbinding was gebaseerd op een grond (verstoorde arbeidsverhouding) die niet was aangevoerd en waarover geen hoor en wederhoor had plaatsgevonden. De Rabobank betwistte deze lezing en stelde dat sprake was van een kennelijke misslag in de beschikking.
Het hof oordeelde dat de betreffende overweging in de beschikking (r.o. 4.5) gelezen moest worden in de context van de gehele beschikking en dat deze slechts een samenvatting vormde van de aan het ontbindingsverzoek ten grondslag gelegde feiten. Hierdoor was geen sprake van een doorbrekingsgrond en werd het hoger beroep verworpen. De kosten van het hoger beroep werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt verworpen en het appelverbod wordt niet doorbroken.