ECLI:NL:GHSGR:2012:BW3475
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling poging tot doodslag door snijwond in hals met mes
De verdachte werd beschuldigd van poging tot doodslag op 11 juli 2009 in Leiden door het slachtoffer met een mes in de hals te snijden. In eerste aanleg kreeg hij een gevangenisstraf van 2 jaar. In hoger beroep oordeelde het hof dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit had begaan, namelijk het met opzet snijden in de hals van het slachtoffer met een mes, maar dat het voorgenomen misdrijf niet was voltooid.
De verdediging stelde dat het letsel was toegebracht met een nagel en niet met een mes, maar het hof verwierp dit op grond van verklaringen en de aard van het letsel. Ook het verweer dat het opzet ontbrak werd afgewezen, omdat het gebruik van het mes in de hals met kennis van de risico’s op overlijden voldoende bewijs van opzet opleverde.
Het hof legde een gevangenisstraf van 12 maanden op, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Het hof hield rekening met de ernst van het feit, eerdere veroordelingen van de verdachte en persoonlijke omstandigheden, maar vond een deels voorwaardelijke straf passend. Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, wegens poging tot doodslag met mes in hals.