ECLI:NL:GHSGR:2012:BW3408
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- H.C. Wiersinga
- M.I. Veldt-Foglia
- P.J. Wurzer
- Rechtspraak.nl
Veroordeling verblijf als ongewenst vreemdeling ondanks vrijspraak van zedendelict
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor meerdere feiten, waaronder zedelijke handelingen en het illegaal verblijven als ongewenst vreemdeling. In hoger beroep werd hij vrijgesproken van de zedelijke tenlasteleggingen omdat het hof het opzet niet bewezen achtte. De verdachte ontkende willens en wetens te hebben gehandeld terwijl het slachtoffer bewusteloos was.
Het hof oordeelde dat de verdachte wel strafbaar was voor het feit dat hij als vreemdeling in Nederland verbleef terwijl hij wist dat hij op grond van de Vreemdelingenwet 2000 als ongewenst vreemdeling was verklaard. De verdediging voerde verweren aan zoals gedoogbeleid, bescherming van het gezinsleven onder artikel 8 EVRM Pro en overmacht, maar het hof verwierp deze.
De straf werd bepaald op 2 maanden gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest. Het hof vond dat het belang van naleving van het vreemdelingenbeleid en de openbare orde zwaarder woog dan de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht.
De zaak illustreert het belang van bewijs van opzet bij zedendelicten en bevestigt de strafbaarheid van verblijf als ongewenst vreemdeling ondanks persoonlijke omstandigheden en verweren.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van zedendelict en veroordeeld tot 2 maanden gevangenisstraf voor verblijf als ongewenst vreemdeling.