ECLI:NL:GHSGR:2012:BW1270
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt afwijzing sollicitant orthodoxe moslim wegens weigering vrouwen de hand te schudden
In deze zaak stond centraal of de Gemeente Rotterdam gerechtvaardigd was een orthodoxe moslim niet aan te stellen als klantmanager omdat hij, uit religieuze overtuiging, weigerde vrouwen de hand te schudden. De appellant stelde dat dit een uiting van zijn geloof was en dat alternatieve, respectvolle begroetingsvormen toereikend waren.
Het hof oordeelde dat het weigeren van het handen schudden een directe uiting van geloofsovertuiging is die beschermd wordt door de Algemene wet gelijke behandeling (AWGB) en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). De Gemeente maakte daardoor indirect onderscheid op grond van godsdienst bij het aanstellen van ambtenaren.
Echter, het hof vond dat de Gemeente een legitiem doel nastreefde, namelijk het voorkomen van onderscheid tussen mannen en vrouwen bij klantcontacten, en dat de eis om handen te schudden een passend en noodzakelijk middel was. Het hof vond dat het weigeren van een uitgestoken hand door een vrouwelijke klant als kwetsend en beledigend kan worden ervaren, wat de relatie tussen klant en Gemeente schaadt.
Daarom werd het beroep van de appellant verworpen en het vonnis van de rechtbank Rotterdam bekrachtigd. De appellant werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De afwijzing van de sollicitant vanwege weigering vrouwen de hand te schudden is objectief gerechtvaardigd en het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd.