ECLI:NL:GHSGR:2012:BW0988
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J. Borgesius
- J.M. Reinking
- G. Dulek-Schermers
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van opzettelijk afleveren vervalste overeenkomst van dading
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het afleveren van een vervalste overeenkomst van dading. In hoger beroep betwistte hij dat hij op het moment van het overleggen van de dading wist dat de handtekening vals was. Het hof stelde vast dat de handtekening van de benadeelde partij onder de dading vals was, maar dat er onvoldoende bewijs was dat de verdachte hiervan op de hoogte was tijdens de tenlastegelegde periode.
De verdediging stelde dat de verdachte pas in oktober 2007, tijdens een civiele procedure, op de hoogte kwam van de valsheid. Het hof vond de verklaring van de benadeelde partij niet overtuigend genoeg om aan te nemen dat de verdachte eerder wist van de valsheid. Ook het feit dat het bedrag uit de dading werd verrekend zonder bezwaar van de benadeelde partij, ondersteunde het vermoeden dat de verdachte meende dat de dading geldig was.
De advocaat-generaal vorderde bevestiging van de veroordeling, stellende dat de verdachte op de hoogte was van de valsheid en de overeenkomst opzettelijk in de civiele procedure had ingebracht. Het hof kon echter niet vaststellen dat de verdachte zelf de overeenkomst in de procedure had ingebracht of daarvan op de hoogte was.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en sprak de verdachte vrij wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat hij het tenlastegelegde had begaan.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij wist van de valsheid van de overeenkomst van dading.