ECLI:NL:GHSGR:2012:BW0671
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter bij geschil over levering en bouw kas in Hongarije
In deze civiele zaak ging het om de vraag of de Nederlandse rechter bevoegd was om kennis te nemen van een vordering tot betaling van een aanneemsom voor de levering en bouw van een kas in Hongarije. De appellant, een Nederlandse vennootschap, stelde dat op grond van een forumkeuzebeding in de algemene voorwaarden de rechtbank 's-Gravenhage bevoegd was. De geïntimeerde, een Hongaarse vennootschap, betwistte dit.
Het hof onderzocht de geldigheid van het forumkeuzebeding volgens artikel 23 van Pro de EEX-Verordening en concludeerde dat niet was voldaan aan de vereiste vormvoorschriften, omdat de algemene voorwaarden niet vooraf aan de geïntimeerde waren medegedeeld en er geen lopende handelsbetrekking bestond. Ook kon geen beroep worden gedaan op de handelsgebruiken in de internationale handel.
Vervolgens beoordeelde het hof de internationale bevoegdheid op grond van artikel 5 sub Pro 1 van de EEX-Verordening. De overeenkomst werd gekwalificeerd als een koopovereenkomst, waarbij de levering van kasonderdelen de kenmerkende verbintenis vormde. De plaats van uitvoering van de betalingsverbintenis was Nederland, waardoor de Nederlandse rechter bevoegd was. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en verwees de zaak naar de rechtbank 's-Gravenhage voor inhoudelijke behandeling.
Uitkomst: Het hof verklaart de rechtbank 's-Gravenhage bevoegd en verwijst de zaak terug voor inhoudelijke behandeling.