ECLI:NL:GHSGR:2012:BV8554
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens prematuriteit en onvoldoende grond
In deze strafzaak heeft de verdediging namens verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de raadsheren van het gerechtshof. Het verzoek berustte op twee gronden: ten eerste dat voorafgaand aan de zitting van 16 februari 2012 al een negatieve beslissing zou zijn genomen op een openstaand verzoek tot benoeming van een deskundige, en ten tweede dat onvoldoende gelegenheid was geweest om de processtrategie te bepalen door late kennisgeving van de inhoudelijke behandeling.
Het hof oordeelt dat het wrakingsverzoek prematuur is, omdat het direct na aanvang van de zitting is ingediend zonder eerst af te wachten of het verzoek tot deskundige benoeming zou worden behandeld. Daarnaast acht het hof de tweede grond voor wraking niet zelfstandig toereikend, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn, die in deze zaak niet zijn gebleken.
De raadsheren hebben verklaard dat de zitting aanvankelijk als regiezitting was gepland, maar later is gewijzigd in een inhoudelijke behandeling na ontvangst van aanvullende stukken. Dit betekent niet dat het verzoek tot benoeming van een deskundige reeds afwijzend is beslist. De wrakingskamer heeft geen aanwijzingen gevonden voor vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor.
Daarom wijst het hof het wrakingsverzoek af en beveelt toezending van de beslissing aan alle betrokken partijen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen wegens prematuriteit en onvoldoende gronden.