ECLI:NL:GHSGR:2012:BV8213
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid aandeelhouder voor onrechtmatige daad en nalaten in Syrische joint venture
In deze civiele procedure vorderen appellanten vergoeding van schade wegens onrechtmatig handelen van Al Furat Petroleum Company, een Syrische joint venture waarin Shell aandeelhouder is. Zij stellen dat Shell aansprakelijk is omdat zij als lasthebber had moeten ingrijpen en de civiele procedure tegen hen had moeten voorkomen.
Het hof stelt vast dat Syrisch recht van toepassing is als lex loci delicti, zowel voor de daad als voor het omissiedelict. Het hof oordeelt dat Shell geen lastgeving had voor het voeren van civiele procedures en dat Al Furat buiten haar last is getreden door de procedure te starten zonder toestemming van Shell.
Verder is Shell als minderheidsaandeelhouder niet in staat geweest de procedure te voorkomen, en is onvoldoende concreet onderbouwd dat Shell feitelijk invloed had om in te grijpen. Het nalaten van Shell is daarom niet onrechtmatig volgens Syrisch recht. De grieven van appellanten falen en het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank, wijst de eisvermeerdering af en veroordeelt appellanten in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vordering van appellanten af wegens gebrek aan aansprakelijkheid van Shell.