ECLI:NL:GHSGR:2011:BZ4675
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A.V. van den Berg
- A.E.A.M. van Waesberghe
- H.J.H. van Meegen
- Rechtspraak.nl
Beëindiging samenwerkingsovereenkomst wegens maatschappelijke ophef en toetsing beginselen behoorlijk bestuur
Appellant was in opdracht van de gemeente Rotterdam werkzaam als gasthoogleraar en als bijdrageverlener aan een gemeentelijk programma. In 2009 ontstond publieke ophef over zijn betrokkenheid bij een door de Iraanse overheid gefinancierde omroep, wat leidde tot maatschappelijke onrust en politieke vragen.
De gemeente zegde de samenwerkingsovereenkomst op grond van een contractuele bepaling over 'fundamental considerations'. Appellant stelde dat de gemeente onzorgvuldig handelde, hem niet vooraf informeerde over de urgentie en dat er geen sprake was van rechtvaardigende omstandigheden voor beëindiging.
Het hof oordeelt dat de gemeente een discretionaire bevoegdheid heeft om de overeenkomst voortijdig te beëindigen bij fundamentele overwegingen en dat de maatschappelijke ophef en het verlies van draagvlak dit rechtvaardigen. Tegelijkertijd moet de gemeente de beginselen van behoorlijk bestuur respecteren, waaronder het bieden van een mogelijkheid tot reactie.
Het hof laat bewijslevering toe over de vraag of appellant voldoende gelegenheid heeft gekregen om te reageren en of de gemeente onzorgvuldig heeft gehandeld. De zaak wordt aangehouden in afwachting van getuigenverhoren, waarna een beslissing volgt.
Uitkomst: De zaak is aangehouden voor bewijslevering over de zorgvuldigheid van de gemeente bij beëindiging van de samenwerkingsovereenkomst.