ECLI:NL:GHSGR:2011:BU8981
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.A.M. van Schaik-Veltman
- H.A.G. Fikkers
- C.W.T. Vriezen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging recht van bank tot onderhandse verkoop van verpande zaken na faillissement zonder toestemming curator
De zaak betreft een geschil tussen de curator in het faillissement van Garage [X.] B.V. en de Rabobank Oosterschelde over de rechtmatigheid van onderhandse verkoop van verpande goederen door de bank na het faillissement. De curator stelde dat de bank onrechtmatig handelde door zonder zijn toestemming en voor een te lage prijs de verpande voorraad en twee auto’s te verkopen.
De rechtbank had de vorderingen van de curator afgewezen, stellende dat geen sprake was van benadeling van crediteuren en dat de bank gerechtigd was tot onderhandse verkoop op grond van een vóór faillissement gesloten overeenkomst. Het hof bevestigde dit oordeel en overwoog dat de failliet op het moment van sluiten van de overeenkomst in verzuim was, zodat de bank bevoegd was tot verkoop zonder ingebrekestelling.
Verder oordeelde het hof dat de curator geen toestemming kon eisen voor de onderhandse verkoop na faillissement, omdat de bank als pandhouder haar rechten op grond van de Faillissementswet en de afgesloten overeenkomst kon uitoefenen alsof er geen faillissement was. De stellingen van de curator over benadeling en misbruik van bevoegdheid werden verworpen wegens onvoldoende onderbouwing. Het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd en de curator werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en wees de vorderingen van de curator af.